Daar lopen ze dan. Billabong-shirts en Dickies-broeken aan, zonnebril op het voorhoofd, halflange haren licht wapperend in de wind. Langzame tred met een open, iets te zelfverzekerde blik. Op de boulevard, op het strand, in de stad, in bed, in de kroeg. Eigenlijk overal, behalve daadwerkelijk ín de zee.
Ericeira (Portugal) bevestigt maar weer eens dat je niet hoeft te surfen om een surfer te zijn. Hoewel de landse stroming hier meer ontspannen is dan de uitgespeelde Franse kust, zien we dezelfde condities. Het gaat om de fashion, de zanderige haren, de goede koffie die je drinkt en klasjes die je neemt voor die schamele seconden op je board in wit zeeschuim van de vergane deining waarna je direct op het strand neerploft. Als die drone maar heeft gefilmd dat je met je wiegende heupjes of brede schouders de zee in rent. Het gaat er om dat je gezíén bent. En potdomme, wat zag je er goed uit.
Van dit cultuurverschijnsel zonderen wij ons uiteraard volledig af. Vol overgave storten Jochem en Storm zich vanaf het in een dal gelegen strand in de kolkende zee. In meerdere sessies wordt (vooral door Jochem) golf na golf aangepakt, beteugeld en voor even verbonden met de ziel, totdat hij niet meer de juiste oerkracht kan bieden voor het mens op een door glasvezel omhulsde schuimplaat en vriendelijk wordt bedankt. Papa Sten, zwaaiend met zijn gouden creditcard, kijkt tevreden toe en de mannen zijn erover uit: de zee mag in het Whatsapp-groepje.
Het zou bij die ene surfsessie blijven. Waarom? Geen idee. De week vliegt voorbij zoals vakantieweken in Zuid-Europa voorbijvliegen. Er zijn nog stranddagen te over in de stabiele 20 graden, maar of de golven werken niet mee, of het strand is het te ver lopen, of het zou gaan onweren. Badmeester Jochem lijkt na weken aan de atlantische oceaan ietwat verzadigd. Zijn huid werkt de in het wetsuit getrokken rimpels eruit, zijn longen hoesten diepgeworteld zout op, zijn spieren herstellen met bakken varken, rund, vis en kip, want hij is immers weer een volleerd vleeseter geworden. En wat leven we als koningen op culinair gebied. Gekookt wordt er niet, getafeld, besteld en gelekkernijd wordt er wel. Van te taaie tonijnsteaks tot meesterlijke curry’s en van gepofte kastanjes tot tapas en tapas en tapas. Met als hoogtepunt uiteraard de romige, mierzoete nationale custard-trots: pastel de nata.
Van digitaal nomaden komt weinig terecht: af en toe klapt Storm de laptop open om zijn ambitieuze projectgroep met een smoesje af te wimpelen en perst hij er een afgebladderde werkshift uit, en spreekt Sten zijn op zijn datacentra pissende dakdekkers streng toe. We ontdekken het beloofd land, het glooiende Portugal, waar de standbeelden van Christoffel Columbus worden neergetakeld (hij blijtk toch Spaans te zijn), van dal naar top, van Lis-fucking-boa tot een gigantisch nationaal park. De hoofdstad leent zich uitstekend voor zwieren; door de Moren gebouwde kastelen en door de charmente favela-achtige wijk Alfama vol verborgen steegjes en kathedraaltjes. Langs uitmuntende port-proeferijtjes, groene hipsterstraatjes, etalages met uitsluitend Ronaldo-shirtjes, open liften om het de hoogteverschillen draaglijker te maken, vlooienmarkten, foodhallen en tot trekpleister omgetoverde industrieterreinen. Eindigend in de lokale versie van Alto. Tot diep in de nacht jazz, een ontnapping uit het bezoeker-zijn, een mondiale kunst.
Ondanks dat je ze kent van de Aziatische toeristenindustrie, zijn ook hier de tuktuks een gangbaar vervoersmiddel. We nemen er een ter afwisseling van de spotgoedkope ubers, op de weg terug van een overgewaardeerd monarchisch kasteel in het prachtige landgoed van Sintra, vol bewaard gebleven toendertijdse big-dick-energy pracht en praal. De omgeving verdient meer dan onze schamele uurtjes aandacht, maar we willen door. Door naar het eind van het continent, op het uiterste puntje van het Iberisch schiereiland, een modderig steenpad af naar het idyllische strand, waar een enkeling naakt over heen rent tussen een paar verliefde stelletjes. Of zo zal het in ieder geval lijken op de éíndeloze fotoshoots zie ze van elkaar maken. De zee lijkt hier ongetemder, de tweede break zal niemand halen. Je laat je pakken, meesleuren en uitgeput op het strand neerkwakken. Na de tocht omhoog op onze jeugdige paardenbenen kun je niet voldaner zijn, vooral als niet de ruiten van Jochems trouwe Kia zijn ingeslagen, maar die van de buurman.
We zullen ons kasseienbelegde, oubollige doch hippe dorpje missen, net als ons dropje Jochem. Ik ben verliefd op de taal, en op alle vrouwen – mi gado. Tchau!

Leave a Reply